woensdag 23 maart 2016

Quiz Time

Wij werken op school met vier periodes die afgesloten worden met een toetsweek. Vrijdag was de laatste lesdag voorafgaand aan de toetsweek. Een dag die omgedoopt had kunnen worden tot Quiz-dag. Vrijwel alle docenten hadden hun lesprogramma al afgerond en waren bezig met het herhalen van lesstof. Hierbij waren er heel veel docenten die besloten de periode af te ronden met een quiz. Voor mij aanleiding om met een aantal leerlingen in gesprek te gaan.

Opvallend vaak werd Kahoot genoemd door leerlingen als gebruikte tool voor een quiz. Slechts een enkeling gebruikte een andere tool, terwijl die inmiddels toch ruim beschikbaar zijn. De leerlingen zijn wel enthousiast over Kahoot, maar na zes lessen Kahoot gaat zelfs dat vervelen...

Op de vraag of een periode afsluiten met een quiz nuttig is werd verschillend gereageerd. Leerlingen die al geleerd hadden voor een vak gaven aan de quiz nuttig te vinden, terwijl leerlingen die zich nog niet voorbereid hadden dit nut niet zo zagen. Toch vonden ze het wel een prettige manier om bezig te zijn met de stof. Maar deze jongens gaven aan zich niet zo heel erg druk te maken over het feit dat ze maar heel weinig vragen goed hadden. Deze lage scores werden door de leerlingen toegeschreven aan niet voorbereiden, terugkijken naar de lessen hiervoor deden ze eigenlijk niet.

Leerlingen gaven ook aan dat afgelopen vrijdag heel veel quizjes gedaan werden, maar dat dit gedurende de lessenreeks eigenlijk niet het geval is. Dit vond ik wel heel opvallend. Quizvormen zijn juist geschikt om tijdens het leren erachter te komen of je op het juiste spoor zit. Een quiz kan goed aangeven welke zaken nog extra aandacht behoeven en welke zaken al heel goed gaan. Hierop kun je de vervolgstappen in je lessen baseren, moet er nog iets herhaald of verbeterd worden of kunnen we juist verder de diepte in? Wanneer je dit kunt terugkoppelen naar de leerling en de leerling hiermee aan de slag kunt zetten wordt een quiz juist een sterk middel en ben je formatief aan het toetsen. Gericht op vooruitgang in plaats van afrekenen met een cijfer.

Positief punt is in ieder geval dat de weg naar digitale quizvormen gevonden is. Waar ik twee jaar geleden nog de enige was waarbij een telefoon gebruikt mocht worden in de les, wordt dit nu ook in andere lessen gedaan. Nu doorpakken en de juiste momenten kiezen, want leerlingen profiteren veel meer van een quiz om van te leren dan van een quiz om af te ronden!

woensdag 16 maart 2016

Planning en het belang van leerdoelen

Jarenlang maakten we in de vakgroep een jaarplan. Per week werd er vastgelegd wat er moest gebeuren. Zo wisten we in september al dat we in de week na de meivakantie paragraaf 2 uit het hoofdstuk over de middeleeuwen moesten behandelen. Deze planning zorgde ervoor dat je als collega's wist waar je aan toe was en we de toetsing gelijk konden houden.

Enige flexibiliteit was in dit systeem niet te bespeuren. Lesuitval, onvoorziene gebeurtenissen, leerlingen die iets niet snappen en meer tijd nodig hebben. Ruimte om hier op in te spelen is er niet wanneer er zo'n rigide schema aangehouden wordt. In de praktijk kwam het erop neer dat het strakke jaarplan telkens aangepast moest worden omdat het ergens mank liep.

Ook kwam het voor dat wanneer een collega een toets maakte over een bepaald onderwerp er kritiek kwam van anderen omdat zij andere accenten gelegd hadden in hun lessen. Eindeloos overleg voordat er een toets lag waar iedereen zich in kon vinden was het gevolg. Het collegiale overleg is belangrijk, maar bleef te lang hangen op details en ging veel te weinig over de inhoud.

Dat doen we nu anders!

Nog steeds werken we met een planning, maar maken we deze nu per periode en niet meer voor een heel jaar. Dit maakt het veel beter mogelijk om in te spelen op activiteiten die nog niet definitief vast staan in het begin van het schooljaar, maar ook om in te spelen op de klassen waar we les aan geven.

Daarnaast zijn we afgestapt van het rigide indelen van welke paragraaf er in een week behandeld moet worden. We leggen voorafgaand aan de lessenreeks de leerdoelen vast waar we naartoe gaan werken en delen op basis daarvan onze lessenreeks in. Is er meer tijd nodig voor een leerdoel dan pakken we die tijd. Dit kan uiteraard per klas of zelfs per leerling verschillen.

De leerdoelen worden ook gecommuniceerd naar de leerlingen en dienen ook voor hun als belangrijk houvast. De klacht over geschiedenisboeken is vaak dat er veel tekst in staat, maar wat moeten we hier nu precies van weten? Dit hebben we gespecificeerd in leerdoelen. Daarin hebben we zelf accenten gelegd zodat we weten waar we naartoe werken. Door de leerdoelen als basis te gebruiken om de toets te maken komt het nu niet meer voor dat collega's andere accenten gelegd hebben. Hier hebben we het immers vooraf over gehad.

Het gesprek voorafgaand aan een periode gaat weer over de inhoud. Wat willen we bereiken met ons onderwijs? Welke doelen streven we na? Hierdoor is niet meer het boek leidend, maar bepalen we zelf wat we willen bereiken. Deze vrijheid ligt er al lang, maar wordt in vakgroepen nog heel vaak erg beperkt. Wat ben ik blij dat we dat nu niet meer doen!

woensdag 9 december 2015

One size fits all?


Wat zou jij doen met Niels die zijn huiswerk nu alweer niet gemaakt heeft? Wat zou jij doen met klas 2B die niet luistert terwijl ik de les wil beginnen? Wat zou jij doen met Noa die gespiekt heeft? Wat zou jij doen... Deze vraag wordt op school steeds vaker gesteld.

Dat de vraag gesteld wordt is een goed teken. We zijn op school met elkaar in gesprek over onderwijs, we delen visies en praktische tools voor in de les en dat is een goede zaak. Ik merk aan mezelf alleen dat ik het steeds lastiger vind om direct een antwoord te hebben. Wanneer in de docentenkamer om raad gevraagd wordt merk je dat er verschillende manieren zijn waarmee met situaties wordt omgegaan. Sommige docenten reageren direct en hebben voor iedere situatie een pasklare oplossing in de aanbieding. Niels heeft zijn huiswerk niet gemaakt, dus volgt er straf. Klas 2B luistert niet, dan stuur je de grootste raddraaiers eruit. Noa spiekte, dus dat is een één voor haar toets. Als dit, dan dat. Altijd.

Afgelopen week was er een kleine vechtpartij in mijn mentorklas. De als dit, dan dat reactie had waarschijnlijk op flinke straffen uitgekomen. Kort door de bocht, maar vooral schadelijk voor mijn relatie met de leerlingen. In het gesprek met de jongens bleek dat zij allemaal begrepen dat het om een uit de hand gelopen grapje ging. De drie jongens hebben elkaar op onze school leren kennen en zijn goede vrienden geworden dit jaar, Eén van hen is echter op de basisschool flink gepest en reageerde nu wat heftig op, zoals de jongens het omschreven, eigenlijk best wel vervelende grapjes. Het mondde uit in een kleine vechtpartij, die op het schoolplein snel gestopt door onze conciërge. Tijdens het gesprek dat ik met de jongens voerde rolden de tranen over de wangen en groeide het begrip voor elkaar. De volgende pauze liepen ze weer als drie goede vrienden over het plein. Volgens mij is zoiets veel waardevoller dan welke straf dan ook.

Ik krijg steeds meer moeite met het vinden van een antwoord op de vraag wat ik zou doen als... In het onderwijs zijn er zoveel factoren van invloed op alle dingen die tegelijkertijd gebeuren in een les, dat het geven van een als dit, dan dat reactie niet past. De drie voorbeelden van Niels, klas 2B en Noa komen uit de afgelopen week, de antwoorden hoorde ik ook. Ik vraag me dan alleen af waarom Niels zijn huiswerk niet maakt, wat het is waarom klas 2B niet wil luisteren en waarom Noa een uitvlucht zoekt in spieken. Zeker weten wat te doen, in alle situaties, is een illusie. Door met leerlingen in gesprek te gaan valt er meer te bereiken dan simpel een one size fits all oplossing te kiezen.

Foto: https://www.flickr.com/photos/sooperkuh/358241806 

woensdag 25 november 2015

Toetsen: sluipmoordenaar van het leren

Toetsing is op veel scholen een aandachtspunt en is ook regelmatig onderwerp van gesprek met leerlingen en ouders. Het draait dan met name om de cijfers. Maar hoe belangrijk is toetsing eigenlijk? Hechten we niet veel teveel belang aan toetsing? 
Ik kende Eric Mazur als wegbereider van peer instruction, maar afgelopen week stuitte ik op een ander aspect waar hij zich mee bezig houdt: assessment. In deze Harvard lecture, inmiddels alweer twee jaar oude lezing, stelt Mazur dat toetsing een sluipmoordenaar is die het gemunt heeft op leren. We doen tijdens toetsen even alsof de wereld om ons heen niet bestaat. We denken daarna de wereld te kunnen vatten in een cijfer. Mazur geeft een mooie inkijk in de effecten die toetsing volgens hem hebben op de wereld:

 

donderdag 19 november 2015

Leren centraal, niet dat cijfer!

Het is inmiddels alweer een hele tijd geleden dat ik de Britse documentaire The Classroom Experiment zag. In deze tweedelige documentaire gaat professor Dylan Wiliam aan de slag op een zwak presterende Britse school. De betrokkenheid van leerlingen bij hun leerproces moest omhoog en Wiliam pakte dit met diverse praktische technieken aan. De documentaire inspireerde me en zette me aan het denken over mijn eigen lesgeven.

Wat mij in de documentaire het meest aansprak was de manier van omgaan met toetsen. Veelal zijn leerlingen gericht op het halen van goede resultaten. Goede resultaten laten we zien in de vorm van een cijfer. Wanneer er echter een cijfer boven staat gaat het leerlingen niet meer om de goede antwoorden, maar om het behaalde cijfer. Dit wordt in The Classroom Experiment aangepakt door op de toetsen feedback te geven op de antwoorden, maar de cijfers weg te laten. Volgens Wiliam moet het gaan om leren, niet alleen het cijfer.

Ik merk op school dat de nadruk bij leerlingen, maar ook bij ouders en docenten, sterk ligt op het halen van goede cijfers. De inhoud van de vakken staat veel minder centraal dan de cijfers die leerlingen halen. Bij het bespreken van toetsen gaat het bijvoorbeeld over wel of niet toegekende punten, maar niet om de vakinhoud. Leerlingen die een voldoende behaald hebben zijn soms totaal niet geïnteresseerd in het bespreken van de toets, want de voldoende is toch al binnen.

Vanaf vorig jaar ben ik in de brugklas afgestapt van de overmatige cijferproductie. Ik ben alleen niet minder gaan toetsen. Iedere les toets ik op verschillende manieren of leerlingen de stof begrepen hebben, ik hang er alleen geen cijfer aan. Dit zorgt, net als in The Classroom Experiment te zien is, ook voor wat opschudding. De gewenning aan veel cijfers zit er nog goed in. Toch zijn de resultaten van de leerlingen prima en merk ik in de klas dat leerlingen vertrouwen krijgen in zichzelf en fouten durven maken. De nadruk ligt niet meer op het cijfer, maar op de beheersing van de leerstof en dat scheelt stress bij leerlingen.

Door formatieve toetsing structureel in te zetten krijgen leerlingen regelmatiger inzicht in wat zij wel en niet beheersen, zonder dat ze bang hoeven te zijn voor een slecht cijfer. Via de Onderwijspioniers heb ik ruimte gekregen om formatieve toetsing op mijn school meer onder de aandacht te brengen. Formatieve toetsing vergt van docenten dat zij het heilige cijfer wat meer los durven laten. Ik hoop dat meer docenten deze stap durven zetten!

 


zaterdag 3 oktober 2015

Just Listen

Dat leerlingen prima aan kunnen geven wat zij denken over onderwijs wist ik al. Vaak vergeten we echter om ze te betrekken bij alle plannen die we over ze uitstorten.
Dat YouTube een grote verzamelbak van inspirerende filmpjes was wist ik ook al. Maar vanochtend ontdekte ik weer een nieuw hoekje van de grote wereld van YouTube. Het kanaal Just Listen: Youth Talk About Learning biedt een enorme collectie korte filmpjes aan waarin leerlingen praten over leren. Filmpjes duren ongeveer een minuut en geven kort aan hoe iemand denkt over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld de twee filmpjes hieronder waarin het belang van oefenen en uitdaging besproken worden.
Weer een mooi kanaal waar iedereen die betrokken is bij het onderwijs zich wel even zoet mee kan houden!




zondag 27 september 2015

Wat doen we onze leerlingen toch aan...

“Lisette is echt een hele leuke meid, werkt hard en stelt echt goede vragen als ze iets niet snapt. Alleen had ze wel een 3 voor haar toets en moest ze enorm huilen toen ze dat hoorde.” Het schooljaar is weer begonnen, en daarmee ook het labelen van leerlingen met cijfertjes… Af en toe vraag ik me af wat we kinderen aandoen…

Het voorbeeld van Lisette is afkomstig van een lerares wiskunde bij ons op school. Lisette is een leergierige brugklasser die graag alles zo goed mogelijk wil doen en erg gemotiveerd aan het schooljaar begonnen is. De gemotiveerde en hard werkende Lisette krijgt meteen het deksel op haar neus bij het allereerste toetsje van het schooljaar. Het was maar een klein toetsje en telt nauwelijks mee, maar dat kon het verdriet van Lisette niet verhelpen…

Helaas staat het voorbeeld van een huilende Lisette niet op zichzelf. Tegenwoordig willen we in de maatschappij graag harde cijfers hebben om ons oordeel op te baseren. Die harde cijfers hebben we in het onderwijs ook, bij Lisette kwam de 3 keihard aan! Cijfers zijn keihard voor leerlingen. Een onvoldoende raakt iedere leerling, een 8 of hoger tovert vaak een grote glimlach op het gelaat.
Toen ik later met Lisette sprak wist zij echt wel dat het toetsje wiskunde haar niet goed af gegaan was. Het cijfer viel erg laag uit en raakte meteen een gevoelige snaar. Op de basisschool was een onvoldoende vrijwel nooit voorgekomen en nu op de allereerste toets al zo’n laag cijfer… Het kostte haar, enkele dagen na het cijfer, nog zichtbaar moeite om de tranen te bedwingen.

In het onderwijs zijn cijfers al zo normaal geworden, dat we doen alsof iedereen daar maar tegen moet kunnen. Maar het kan toch niet zo zijn dat het cijfer belangrijker geworden is dan dat wat geleerd wordt? Leerlingen zijn op zoek naar voldoendes, niet naar beheersing van leerdoelen. Bij het bespreken van toetsen gaat het niet meer om wat er beter gedaan had kunnen worden, maar staat de vraag “waarom heb ik daar geen punten voor?” centraal…

Als er een cijfer boven een toetsblaadje staat is dat ene getal belangrijker geworden dan alles wat er verder op dat blaadje staat. Het cijfer veroorzaakt een tunnelvisie richting 6 of hoger. Dat er ook na het bereiken van de magische 6 nog mogelijkheden tot verbetering zijn is ineens een stuk minder interessant geworden. De tunnelvisie bestaat en wordt in stand gehouden door alle docenten die op volle kracht bezig blijven met het produceren van een enorme berg cijfers gedurende het schooljaar.

Lisette wilde graag weten wat ze kon verbeteren. Volgens mij is daar helemaal geen cijfer voor nodig. Toetsen van leerlingen is prima, maar goede feedback op de prestatie is essentieel. Feedback moet leerlingen aan het denken zetten en de leerlingen verder helpen. Het cijfer blokkeerde dat voor Lisette. Onze leerlingen verdienen toch veel meer dan alleen de harde cijfers!